NICOLINE VAN STAPELE

TOP SECRET

22/03 – 24/05/2015

 

De solotentoonstelling TOP SECRET van NICOLINE VAN STAPELE (°1964 Geldorp, woont en werkt in Gent) is het resultaat van de nieuwe samenwerking op langere termijn met galeriste EVA STEYNEN en toont vooral nieuw werk van het afgelopen jaar naast enkele vroegere werken die representatief zijn voor het rijke oeuvre van deze veelzijdige kunstenaar. Dat oeuvre laat zich vooral herkennen door een voortdurend uitpuren en herdenken van de abstracte figuratie als een soort universele oervorm. Aan de natuur ontleende of geometrische figuren krijgen vorm in tekeningen, schilderijen, collages en sculpturen. Haar werk tekent buiten de lijnen van de abstracte kunst. Het zijn stille odes aan de autonomie van de kunstenaar, die met zijn een eigen specifieke structuur de opgelegde orde onderuit haalt.

 

Nicoline van Stapele hanteert met haar speelse vormen een specifieke en vrolijke beeldtaal. Haar werk ontstaat uit de behoefte tot ordenen en reflecteren op de niet aflatende stroom van indrukken die dagdagelijks binnenkomen. Vanuit een zoeken naar steeds nieuwe constellaties tussen ruimte, vorm en materie. Naar de eenvoud in de compositie. Basisvormen zoals vierkanten, rechthoeken, cirkels en ellipsen ontleent zij aan de architectuur. Zij tekent met ruimte, zowel op het lege, witte vlak als in de driedimensionale ruimte. Haar tekeningen staan op zich, maar geven gestalte aan nieuwe, veranderende ruimtes in tijd. Haar abstracte schilderijen zijn als geordende sculpturen van lagen verf, pigment en materie. Op de werken op hout vertonen zich driedimensionale modulaties.

 

Bij Nicoline van Stapele is niets wat het op het eerste zicht lijkt. Haar werk is een oefening in het verder kijken dan alleen maar zien, een beleven. Als beeldhouwer en restaurator van opleiding is daarbij de duurzaamheid en de sensitieve, specifieke eigenschappen van het materiaal van belang. Net zoals een voortdurende veranderende wereld zijn ook haar werken onderhevig aan verandering. Gevonden voorwerpen krijgen een nieuwe betekenis, opgetekende flarden van gesprekken keren terug in de titels waaruit het werk ontstaat. Zo vinden woord en beeld elkaar met de tijd. In dit samengaan ontstaan vanuit de abstracties nieuwe, speelse figuraties. Een meta-commentaar met een serieuze kwinkslag.

 

Het werk van Nicoline van Stapele nodigt de toeschouwer uit de afstand tussen kijken en reflectie te overbruggen. Ze gaan op een speelse wijze de dialoog aan met de toeschouwer en hoe die zich verhoudt tot het beeld in de ruimte. Met haar performances haalt zij de act van het maken uit de beschermde, afgebakende ruimte van het atelier en brengt die binnen in de galerieruimte, zij maakt de directe relatie tot de toeschouwer tastbaar. Een her-denken van de zintuiglijkheid in het zien.

 

Eva Steynen, maart 2015

 

 

 

Eva Steynen : Sinds enige tijd spelen titels een belangrijke rol in je werk. Ze brengen een vrolijke twist. Dikwijls zijn ze gebaseerd op uitspraken van mensen tijdens kunstevenementen of op sociale netwerken en geven ze de aanleiding tot je werk. Kan je daar iets meer over vertellen? En is het woord er voor het beeld? M.a.w. ontstaat je werk vanuit de titel? Of ontstaan beiden samen?

 

Nicoline van Stapele : Meestal is het woord er voor het beeld, soms ontstaat het samen, een enkele keer voeg ik de titel er achteraf aan toe.

 

 

E.S. : De titels 'Poplife' en 'Just Squeeze Me' zijn dan weer ontleend aan songs. Waarom koos je die?

 

N.v.S. : De song ‘Poplife’, uit het album ‘Around the world in a day’ (1985) van Prince, gaat over een problematiek die voor veel kunstenaars actueler dan ooit is, jammer genoeg: 'Everybody can't be on top'. ‘Just squeeze me’ is de gedeeltelijke titel van een song door Duke Ellington (1941), opgenomen door o.a. Miles Davis. Ik heb het gebruikt omwille van de fantastische muziek, de sfeer die erin ligt en de tot de verbeelding sprekende titel. De volledige titel is: ‘Just Squeeze Me (But Please Don’t Tease Me)’

 

 

E.S. : Toen ik twee winters geleden je atelier bezocht was je terug beginnen tekenen. Dat tekenen en het spelen met het woord werkt bevrijdend vertelde je. In welke zin?

 

N.v.S. : Sinds enige tijd was ik woorden, flarden van zinnen e.d. aan het opschrijven in een schriftje, hoewel ik niet goed wist wat ik ermee ging doen. Ik had eerder gedacht aan een blogspot. Ineens vloeide woord en beeld samen in een reeks tekeningen, het was als een vloedgolf en op die manier werkte het bevrijdend.

 

E.S. : Van opleiding ben je beeldhouwer, maar ook restaurator. Materialenkennis en de duurzaamheid van het gebruikte materiaal speelt dus een belangrijke rol in je werk. Zoals de keuze van verf en inkt. Maar ook de manier waarop je de 'objets trouvés' bewerkt. Kan je daar iets meer over vertellen.

 

N.v.S. : Mijn voorkeur gaat uit naar duurzaam materiaal, dat evengoed of zelfs meer in ‘objets trouvés' te vinden is. Plastic komt veel meer voor in recent geproduceerd materiaal, maar in de kringloopwinkel bv. vind je nog een schat aan metalen, koperen knopen of planken in vol eiken- of beukenhout, prachtige stukken Belgische marmer uit groeves die momenteel niet meer open zijn. Stukken leer, zuiver linnen, zijde of wol. Porselein en ga zo maar door.

 

 

E.S. : Je bent erg begaan met de positie van de kunstenaar in de samenleving. Hoe van bovenuit soms tendensen worden gestuurd. Vind je dat de kunstenaar te weinig aanwezig is in die discussie?

 

 

N.v.S. : Zeker, de kunstenaar is nu teveel een acteur in een theaterstuk en is er zich meestal niet eens van bewust.

 

 

E.S. : In deze tentoonstelling hangt één schilderij 'Not Me'. Je vertelde me dat je in elke tentoonstelling telkens één schilderij hangt. Kan je vertellen waarom?

 

N.v.S. : Dat heb ik zo de laatste keren gedaan maar dat is omdat deze schilderijen net uit een reeks komen die elkaars nabijheid niet zo goed verdragen. Alleen of met twee spreken ze beter, het wordt anders teveel een kakofonie.

 

 

E.S. : Van je schilderijen zeg je dat je schildert als een beeldhouwer. Acrylverf gebruik je als basis onder de olieverf om volume aan te brengen. Het is een manier van schilderen die ook de oude meesters hanteerden. Kan je iets meer vertellen over jouw manier van schilderen.

 

N.v.S. : Met acrylverf breng ik volume aan, ik plamuur het bijna op het doek, dikke lagen van verschillend niveau. Architectuur op doek. Soms kleur ik de acryl al in of breng ik eerst een ondertekening aan in een heel andere vormentaal (organisch) onder de dikke lagen. Later breng ik een dunne laag hoog gepigmenteerde olieverf aan op sommige partijen. De vergelijking met oude meesters gebruik ik omdat bv. Rembrandt met laag gepigmenteerde verf volume opbracht voor sommige partijen op het doek en de (dure) hoog gepigmenteerde kleuren bewaarde voor de laatste lagen.

 

 

E.S. : Die acrylverf of acrylpasta speelt trouwens een belangrijke rol in je werk. Wat fascineert je zo aan dat materiaal?

 

N.v.S. : Goede kwaliteit acrylverf maakt het mogelijk allerlei materialen op doek of paneel aan te brengen, of erdoor te mengen. Dit maakt het mogelijk om ‘objets trouvés’ te verwerken op paneel of doek. Zoals bv. de Amerikaanse schilder Jack Whitten doet. Hierdoor kan ik gemakkelijk laveren over de grenzen van tekenkunst, schilderkunst en beeldhouwkunst (met af en toe een performance, om het af te maken). Het geeft me een groot gevoel van vrijheid, want ik word niet graag vast gezet in een hokje.

 

 

E.S. : Met je 'Table Top Performance' wil je verbindingen leggen tussen mensen door de publieksparticipatie. Maar niet onbelangrijk is je verwijzing, aan de hand van het draagbare markttafeltje, naar het nomadische van de kunstenaar die ook werkt buiten de beslotenheid van zijn atelier. Zijn dat voor jouw belangrijke aspecten aan het kunstenaar-zijn?

 

N.v.S. : Dat zijn inderdaad heel belangrijke aspecten. Het nomadische met dat oude houten opvouwbare markttafeltje en het leggen van verbindingen tussen mensen in realiteit, niet virtueel, vind ik wel bijzonder actueel in deze tijd. Een tegenwicht voor al het facebook en twitter gekletter.

 

 

E.S.: Je vertrekt voor een tentoonstelling altijd van een bepaalde sfeer in de ruimte?

 

N.v.S: Ik vertrek vanuit een specifieke sfeer die ik in de tentoonstelling wil leggen. Die sfeer wordt bepaald door allerlei factoren van het moment zoals de ruimte, de actualiteit en mijn eigen positie daarin.

 

Mei 2015

 

 

 

 

 

Nicoline van Stapele

 

In een voortdurend aan verandering onderhevige werkelijkheid, in een door economische mecha- nismen voortgestuwd dagelijks ritme dat de natuurlijke maat van de mens ver overstijgt, wordt de manier waarop wij ons verhouden tot de wereld en haar interpreteren voortdurend berekend over- stuurd. Nicoline van Stapele (°Geldrop, leeft en werkt in Gent) bouwt al meer dan twee decennia spontaan gedreven aan een verzameling van werken die speeldriftig omgaan met de ordening der dingen en onze niet vanzelfsprekende positionering daarin. In de maat van haar eigen schijnbaar metronomisch systeem krijgen aan de natuur ontleende of geometrische patronen vorm in teke- ningen, collages, installaties en sculpturen. Wat we op het eerste gezicht als abstract geconstru- eerd of mathematisch gecalculeerd ervaren, blijkt een levendig samenspel te zijn van elementen die door de manier waarop ze zich onderling verhouden —hetzij door frictie hetzij door samenho- righeid— een gevoelsmatige dimensie genereren. Zorgvuldig uitgekozen materialen als gips, vilt, rubber, terracotta, hout, papier.. dragen hiertoe bij en geven de tot de essentie uitgepuurde werken een karakter waarin verleden, heden en toekomst in elkaar lijken te verzinken. Alsof de oeroude relatie tussen energie, materie en ruimte haast tastbaar wordt gecommuniceerd.

Organische samenhang, verhoudingen en compositie zijn de klinkers in Nicoline van Stapeleʼs beeldtaal. De ruimte waarin haar werken een plek vinden, vormt de onderliggende grondtoon die het ritme van de compositie bepaalt. Niet zelden krijg je het gevoel dat wat zich tot ruimtelijk werk ontwikkelt heeft, semantisch verband houdt met een tweedimensionaal tegengewicht. Omgekeerd roept haar tweedimensionaal werk vaak een spanningsveld op, alsof de zwaartekracht elk moment tot ruimtelijke verbeelding kan gaan vibreren.

Zowel in museale context gepresenteerd als in private of publieke ruimte geplaatst, opent haar werk een achterpoortje naar een landschap waarin niets is wat het op het eerste gezicht lijkt en waar we even vergeten waar we zijn. Soms alsof we weer even heerlijk klein mogen zijn in won- derland, soms alsof we de plastieken krampachtigheid van het dagelijkse leven even kunnen ont- groeien. En dan ja, waar waren we eigenlijk gebleven?

 

Beatrijs Eemans

september 2009

 

 

 

 

Nicoline van Stapele

 

Verzamelen zit ons in het bloed, wellicht nog een overblijfsel in de genen van toen dat nog levensnoodzakelijk was. Nicoline van Stapele komt tegemoet aan onze drang: zij maakt verzamelingen. Ze creëert vormen die op één of andere wijze bij mekaar horen en doet daar wonderbaarlijke dingen mee. Ze brengt vormen die op mekaar inspelen of mekaar afstoten bijeen en maakt op die manier composities en installaties. De tastbare vormen zijn nogal eens aan de natuur ontleend, haar tekeningen en collages tenderen duidelijk naar het geometrische. Eigenlijk is ze bezig met ruimte zowel in het platte vlak als in de echte ruimte met drie dimensies. Het is de ruimte die zal bepalen hoe een verzameling wordt getoond. Zo is haar werk eigenlijk nooit af. “Werken die in mijn omgeving zijn, zijn erg onderhevig aan verandering”, zegt ze zelf.

 

Nicoline van Stapele studeerde in 1987 af in de beeldhouwkunst aan de Gentse academie. Ze voegde er een diploma restauratie aan toe in 1989. Het restaureren laat haar toe om te overleven en in alle vrijheid, zonder toegevingen te moeten doen, haar plastisch werk te creëren.

Op het moment dat ze geen atelier vond, schiep ze rubberen wandkleden. Eenvoudig, sober materiaal dat weinig ruimte innam bij haar thuis, maar dat eens geïnstalleerd een grote ruimtelijke impact had. Het is een attitude die duidt op een intelligent en spitsvondig omgaan met beperkingen. Goethe zegde het al: “In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.”

 

In Oostende gaf ze les in de beeldhouwklas van de plaatselijke academie en was het haar betrachting om de mensen te leren kijken naar de vormen in de natuur. Ze bracht hiervoor een collectie vetplanten mee en later knoken en wervels allerhande. Dit was, meer nog dan voor haar studenten, voor haarzelf een bron van inspiratie. Wat haar erg aantrekt zijn takken alhoewel ze zich “helemaal geen tuinmens” noemt, is ze gefascineerd door bomen, “vooral takken vind ik onnavolgbaar”, verklaart ze.

Ze vindt het heel erg interessant om bepaalde vormen te bewerken met andere structuren en zo eigenlijk geheel nieuwe en andere vormen en structuren te creëren.

Ze is echt wel een werkster met een hoog concentratievermogen, dat is overigens ook bij haar restauratiewerk van wezenlijk belang.

Haar portfolio bewijst een doorgehouden en consequente evolutie. Ook haar vele tekeningen en collages, waarbij ze talloze variaties uitprobeert of naast elkaar zet, getuigen van een standvastigheid die bewondering afdwingt. Ze laten de kunstliefhebber proeven van de quasi oneindigheid van mogelijkheden die de kunstenaar exploreert.

 

Dat ze met ruimte weet om te gaan, bewijst haar muurinstallatie die door de provincie Oost- Vlaanderen werd aangekocht. Het werk bestond oorspronkelijk uit elf elementen. Het geheel moest op een bepaalde muur in het Provinciaal Administratief Centrum Het Zuid geïnstalleerd worden. In functie daarvan heeft ze het werk verruimd tot tweeëntwintig elementen. Op die manier behoudt het werk zijn oorspronkelijke impact en betekenis. Het lijkt me tekenend voor haar consequente houding en voor haar nauwgezet aanvoelen en interpreteren van een gegeven ruimte. Een installatie is niet gebonden aan bepaalde afmetingen, een installatie moet inspelen op een omgeving en is per definitie variabel in afmetingen en zelfs in aantal elementen.

Weerkerende materialen in haar werk zijn rubber, gips, terracotta en kunststoffen. Voor een kinderdagverblijf van de Vrije Universiteit Brussel ontwierp zij een reeks opblaasbare, niervormige sculpturen. Deze objecten zijn niet enkel vormelijk een signaal voor de passanten, het zijn ook gedroomde speeltuigen waar kinderen zich in kunnen nestelen. Ze kreeg deze opdracht dan ook terecht als winnares van de uitgeschreven wedstrijd. De niervorm is iets wat zeer uitgesproken terugkeert in haar creaties, het is de vorm bij uitstek die verwijst naar het organische. Het is een vorm met kunsthistorische referenties, denken we maar aan Jean Arp, Joan Miró, Yves Tanguy, Salvador Dalí en andere surrealisten. Het is een vriendelijke vorm die ze soms in contrast plaatst met strenge, meer geometrische gegevens, al dan niet in een ander materiaal. Het is een speelse vorm, een vorm die we ook in de natuur terugvinden. Ze maakte ooit een serie niervormige en hanteerbare objecten als een soort multipel. Wanneer je het voorwerp manipuleert maakt het een blatend geluid, “de stem van de kunstenaar”, zegt ze niet zonder ironie.

 

Het werk van Nicoline van Stapele is intrigerend en van een soms ontroerende eenvoud, haar werk nodigt uit tot participatie, tot aanraken ook. Ik kan me best voorstellen dat de bezitter van één van haar verzamelingen al dan niet stiekem, al dan niet regelmatig, met die verzameling speelt en er mee creëert, er in elk geval bij wegdroomt en zijn of haar fantasie de vrije loop laat, en is dat nu net niet één van de mogelijke opdrachten van de kunstenaar?

 

Daan Rau Gent, februari 2007. 

 

 

 

 

 

Het oeuvre van Nicoline van Stapele bestaat uit beelden, installaties en tekeningen. Dikwijls bestaan de beelden uit een serie van geometrische en amorfe vormen die op zichzelf kunnen bestaan. Het zijn verzamelingen van allerlei materialen die geassocieerd worden met natuurlijke vormen, zoals beenderen, bladeren, gevonden voorwerpen, etc.

 

Ze speelt met die verzamelingen door de onderdelen hiervan op verschillende manieren repetitief te ordenen. Deze ordening, classificatie en registratie van de voorwerpen kan geïnterpreteerd worden als het verwerken van een verleden, een herinnering. Deze herinnering (het aanwezige) als bewustwording van verlies (het afwezige) staat vaak centraal in haar werk. Volgens haar is het een hopeloze zaak om doden te blijven herinneren. Een herinnering is moeilijk te vatten. Ze komt en gaat buiten de wil van de persoon om. Na verloop van tijd vervagen de beelden, totdat ze uiteindelijk verdwijnen. Dit thema zien we terug in haar werk in het park van Zonnebeke. Deze specifieke locatie werd bepaald door haar ligging op de frontlinie tijdens WOI en de nabijheid van een kerkhof. De toeschouwer wordt er geconfronteerd met een kooi als monument voor de doden dat geldt als metafoor voor de herinnering die je niet kan vasthouden.

 

Het zintuiglijk maken van objecten interesseert haar. Haar organische vormen met de curven en openingen bezitten tactiele componenten. Ze zetten de kijker aan tot voelen en betasten. Deze vormelijkheid in haar werk doet soms denken aan de kunstwerken van Henry Moore en Jean Arp. De kunstenares gaat alledaagse zaken, zoals een wastafel, spiegel en leidingen bekleden met een zwarte huid opdat de kijker ze op een andere manier gaat bekijken. Zij haalt de voorwerpen uit hun context en maakt de vormen minder herkenbaar waardoor alledaagse elementen interessanter worden en de kijker aanzetten tot betasten. De zwarte huidskleur wijst op een ontkenning van het zien ten voordele van het voelen. Nicoline spreekt over het vervagen van de herinnering. Door die voorwerpen te bekleden maakt zij de binnenzijde, het innerlijke ontoegankelijk.

 

Soms integreert zij een deel van haar verzamelingen in haar installaties. Deze installaties moeten bekeken worden zoals poëzie wordt gelezen. Zij veronderstelt dat de kijker de associatie in zijn denken toelaat. Het associëren van zaken gebeurt op basis van...de herinnering.

 

Julie Gilman

2001